NL EN
DE FR
Gebouwen

Gebouwen


Mecanoo
Wie tot medio 2011 bij toeval in de Arboretumlaan in Wageningen terechtkwam, kon er niet onderuit om een blik achter de hekken te werpen die daar al weer sinds een behoorlijke poos rond het voormalige botanische onderzoekscomplex van de Universiteit stonden. Oud-studenten wisten hier wel de weg: ze waren immers kind aan huis geweest in de bibliotheek, in de oudbouw van het naast gelegen Botanisch Centrum of in de aanpalende uitbreiding waar diverse laboratoria waren ondergebracht. En niet in het minst in het Arboretum. Deze prachtige bomentuin is een ware ‘bibliotheek’ in houtvorm.
De Universiteit - Wageningen University - heeft zich in de afgelopen jaren volledig teruggetrokken uit dit onderwijscomplex. Het heeft er zelfs even op geleken dat enkele gebouwen tegen de vlakte zouden gaan. Dat Het Depot de gebouwen heeft gered, is meer dan zomaar goed nieuws. De bibliotheek en de uitbreiding van het Botanisch Laboratorium zijn beide gebouwen die kunnen worden beschouwd als voorbeelden van het neo-modernisme aan het einde van de 20ste eeuw, een stijl waarvan Mecanoo naast architecten als Jo Coenen en het duo Claus en Kaan representant was. Bibliotheek en uitbreiding van het voormalige Botanische Laboratorium vormen een strategische ‘omarming’ van de weinig opvallende oudbouw waar driekwart eeuw onderwijs in de plantkunde werd gegeven.

 


Bouwmeester G. C. Bremer
Rijksbouwmeester G.C. Bremer bracht met deze oudbouw in alle bescheidenheid een ode aan wat destijds werd omschreven als ‘zakelijk expressionisme’. Deze stijl, opgeladen met een kubistische vormentaal, heeft onmiskenbaar verwantschap met het even strenge Bauhaus. Bremer was echter niet zo zakelijk dat hij zijn ontwerp niet ook van een aantal frivole trekjes voorzag.
Hij wilde geen buitenmuren van uitsluitend rode baksteen maar nam een mooie gele variant. Die kwam overigens wèl op een plint van paarsrode bakstenen te staan. De afwijkend gekleurde plint lijkt ook als drager te dienen voor de lange rijen vensters van de ruimten op de begane grond. Het gebouw zelf bestaat uit verschillende bouwvolumes. Grote en kleine blokkendozen vormen samen een langgerekte zij- , voor- en achtergevel, die ter hoogte van de entree inspringt.
Echt vriendelijk oogde het gebouw niet en al helemaal niet door de centrale ingang aan de Arboretumlaan 4. Maar wie goed door het hek keek naar al die bouwactiviteiten, kon zien dat de toegang onder de toren stevig werd verbouwd tot een verwelkomende entree, die doorgezet wordt tot in het gebouw: bezoekers van de Beeldengalerij worden onderin de toren allereerst geïnformeerd over wat ze elders in het gebouw aan kunst kunnen bekijken of ze gaan naar een kleine presentatie op de begane grond waar informatie over de natuur en het Arboretum wordt geboden.

 


Kinderatelier Villa Vleermuis
De voormalige bibliotheek gaat voortaan door het leven onder de naam ‘Kinderatelier Villa Vleermuis’. Daarmee wordt verwezen naar de aanwezigheid van vleermuizen aan de achterzijde van de oudbouw. De bijzondere status van dit gebouw aan de voorzijde van het terrein van het complex heeft Het Depot er toe gebracht om er een educatief centrum voor kinderen te vestigen. Het in Delft gevestigde architectenbureau Mecanoo heeft voor de bibliotheek een zeker voor die tijd opmerkelijk ontwerp bedacht. In 1986 kwam er een aangenaam ogende doos van baksteen, aluminium en plankenhout tot stand. Het bouwjaar is interessant: destijds bestond Mecanoo nog maar net. Het bureau was in 1984 onder aanvoering van Francine Houben opgericht door een viertal afgestudeerde architecten van de TH in Delft. De voor- en zijgevel die identiek van afmeting lijken te zijn en smalle stroken vensters op elkanders hoeken omarmen elkaar, springen in onder de dakluifel. Die kraagt zowel aan de bovenzijde als op de hoeken van de gevels uit en geeft het gebouw daardoor een markante uitstraling.

De “Banaan”
De uitbreiding van het Botanisch Laboratorium met het stuk nieuwbouw dat door zijn gebogen vorm al snel de bijnaam De Banaan kreeg, is vanuit een architectonisch oogpunt gezien van een andere orde. Hier is geen sprake van een losstaand gebouw, zoals de voormalige bibliotheek. Het werd als een bouwvolume gekoppeld aan een bestaand pand. De Banaan, die altijd onderdak heeft geboden aan verschillende laboratoria, maakte eveneens deel uit van het Masterplan dat Mecanoo in 1988 had opgesteld en dat het bureau in de figuur van mede-oprichter Chris de Weijer zelf zou uitwerken. Het gebouw, dat in 1991 werd opgeleverd, vormt de afsluiting van het totale project en bevindt zich dan ook aan de rand daarvan. Letterlijk zelfs, want aan de achterzijde kijkt het gebouw met veel glas uit op het arboretum. Het onderscheid tussen voor- en achterzijde van dit slank gebogen gebouw kon daarmee niet groter zijn. Aan de straatzijde lijkt de architect de geelkleurige muur van het oude onderwijsgebouw te willen voorzetten, zowel wat de kleur maar ook wat de maat betreft.
De nieuwbouw aan de straatzijde heeft daarom een muur van gele baksteen, die slechts door raamstroken worden doorbroken.

Het is nog te vroeg om te stellen dat Het Depot met De Banaan en de voormalige bibliotheek monumenten van het neo-modernisme wist te verwerven. Daarvoor zijn de gebouwen te jong: er is minder dan een kwart eeuw verstreken sinds het ontwerp werd gerealiseerd.
Anderzijds staat de faam van het architectenbureau Mecanoo buiten kijf. Het mag dan een vroeg voorbeeld van zijn kunnen zijn, het bureau wist snel de aandacht te trekken met zijn innovatieve plannen.

 

Bas van Hille
Bij de renovatie van 2010/2012 zijn de gebouwen door architect Bas van Hille geheel aangepast aan het nieuwe gebruik. Mecanoo had in zijn oorspronkelijke plannen ook een nieuwe entree in de oudbouw van Bremer ontworpen die aansloot op een doorgang naar een uitbreiding uit de jaren ’60-’70, die intussen gesloopt is. Van Hille heeft de entree volledig verplaatst en vernieuwd, waarbij hij een plek heeft gerealiseerd met veel ruimte voor het ontvangen van groepen bezoekers. Na de garderobe kan het publiek naar de winkel, de concertzaal, een kleine zaal met informatie over de omringende natuur of door een lange gang naar de wisseltentoonstellingen. Ook een omsloten waterpartij die een meditatief moment biedt, is vanaf de entreehal duidelijk zichtbaar. Het water, dat in een eeuwig ritme over de steenblokken lijkt te stromen, vormt een essentieel onderdeel van de omringende natuur.

Toen Van Hille in de zomer van 2007 voor het eerst het botanisch laboratorium bezocht, was De Banaan nog in gebruik bij de Universiteit. Bezoekers die nu De Banaan betreden, zien direct het restaurant dat op de begane grond een soort van scharnierfunctie heeft. Van hieruit loop je de expositiezalen in die op de korte kant met een monochroom gekleurde wand worden afgesloten. Het glas aan de Arboretumzijde zorgt er voor dat het gebouw optimaal daglicht ontvangt en dat er altijd visueel contact met de natuur bestaat. Al te direct zonlicht wordt voorkomen door de permanente (en statische) aanwezigheid van houten lamellen. Ze zorgen er voor dat het licht meestal mooi gefilterd naar binnen valt, maar kunnen niet altijd voorkomen dat er soms scherpe lichtvlakken op de vloer worden geprojecteerd. Wie De Banaan op zijn esthetische kwaliteiten wil beoordelen, doet er goed aan het pand via het aantrekkelijke terras te verlaten en op de grens van het bomenpark de volledige curve te bekijken. Het gebouw strekt zijn ‘armen’ dan met een uitnodigend gebaar naar de bezoeker uit en onthult tegelijk achter zijn vensters zijn voornaamste schatten. Wie vanuit Villa Hinkeloord de Generaal Foulkesweg oversteekt om het pad door het arboretum te kiezen, krijgt dit uitzicht als eerste kennismaking met Het Depot

Kleur
Het valt bij een bezoek aan Het Depot direct op: kleur is in elke ruimte onmiskenbaar aanwezig. En niet één kleur is dezelfde: varianten van blauw en rood, variërend van helder en licht tot diepdonker wisselen elkaar af. Op de vloer is vrijwel overal voor een licht soort eikenhout gekozen (een voorwaarde voor een goed ‘ademende’ kunstruimte), met uitzondering van de ontvangsthal waar natuursteen van buiten naar binnen loopt. De wanden in de oud- en nieuwbouw weten het binnentredend licht aan te trekken en reflecteren het vervolgens. Het duidelijkst zie je dat in de lange benedenzalen van De Banaan. Daar is de kleur blauw een essentiële voorwaarde voor de toetreding van het door de omringende bomen gefilterde licht. De kleur geeft bovendien een versterking aan de zichtas of wil daarmee contrasteren. In ieder geval werken de gekleurde wanden als een duidelijk herkenningsteken.
 


Restaurant Linnaeus
Ter versterking van de band met de natuur die de bezoekers ongetwijfeld zullen hebben, koos de architect in het restaurant voor een inrichting met veel wit en met groen op de zitmeubels. Het wit zorgt er voor dat de intieme ruimte van waar uit het bomenpark kan worden bekeken, welhaast lucide wordt. De bezoeker wordt als het ware opgetild naar een verlicht niveau. Het is aardig om te weten dat er buiten een terras is, maar ook van achter het glas word je die sensatie gewaar van een natuur die naar binnen golft. Het restaurant voegt zich op deze wijze in de rij ‘toonzalen’, alleen ligt hier niet het accent op de kunst maar op de natuur. Het Depot voegt zich hiermee bij die kunstruimtes met een bijzonder uitzicht op de buitenruimte. Zoals Museum Louisiana in het Deense Humlebaek, Museum Kurhaus in Kleve en dichterbij huis Museum Belvédère in Heerenveen en het Museum voor Moderne Kunst (met de Rijnzaal) in Arnhem. Voorwaar een exclusief rijtje!

Cees Straus

Het nuttige vloeroppervlak van het totale complex aan de Arboretumlaan, waar Beeldengalerij Het Depot nu zijn intrek heeft genomen, bedraagt 8000 m2. Daarvan heeft De Banaan 4700 m2, het entreegebouw (de oudbouw van Bremer) 2700 m2 en tenslotte het kinderatelier Villa Vleermuis 600 m2. De Villa Hinkeloord aan de Generaal Foulkesweg biedt 1200 m2.
 

Villa Hinkeloord

Villa Hinkeloord (1855) is van top tot teen gerestaureerd. Wat het huis uniek maakt voor zijn doel zijn de ramen aan de vier gevels. Aan alle kanten komt licht naar binnen. De beelden koesteren zich in het licht. In de nieuwbouw bevindt zich een toegang voor mindervaliden, een (vlucht)trap, een lift, een garderobe met toiletten en een zaal voor tijdelijke tentoonstellingen. De vormentaal van het nieuwe reageert op de gedetailleerde, vrij strenge en rechthoekige vorm van de oude villa. Het heeft geresulteerd in een rechthoekige nieuwbouw, die de bestaande villa lichtjes aanraakt.
De toren bestaat uit een dicht deel en een glazen deel. De open en gesloten delen schuiven voor een deel over elkaar en voor een deel langs elkaar, waardoor steeds verschillende perspectieven, verschillende uitzichten en doorkijken ontstaan. De platen met gaatjes zijn van geprépatineerd koper.
Heeft u ooit oog in oog met een rijk versierde dakgoot gestaan op 10 meter boven de grond? De bruggen waarvandaan u dat kunt zien, zijn tunnels met een heel dunne vloer, plafond en grote platen glas. Het uitzicht is schitterend. De nieuwbouw groeit uit de grond, aan de voorkant is dat nauwelijks te zien, het staat op een terp net zoals het huis. Aan de achterkant manifesteert het zich duidelijk en toch ondergeschikt aan het monument. Dit deel is afgewerkt met Belgisch hardsteen, een materiaal dat ook in de Villa is toegepast. Het basement van de nieuwbouw bestaat voor- namelijk uit de nieuwe expositiezaal, sterk verankerd in de grond, in principe gesloten, herbergzaam, intiem. Tegelijkertijd komt er natuurlijk licht in de zaal en is er een directe relatie met het park. Door de twee grote ramen is het een bijna fysieke confrontatie geworden, het park komt het gebouw in.
De nieuwbouw is gebouwd onder architectuur van Bas van Hille.

 

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa