NL EN
DE FR

Gerrit Offringa

< Ga terug naar het overzicht

De ruimte en het vlak zijn voor Gerrit Offringa (1943) twee verschillende werelden die ieder om een eigen benadering vragen. In zijn beelden wordt het menselijk lichaam vaak op brute wijze onder het mes gelegd, alsof het een anatomisch onderzoek betreft, een splijting, een doorsnijding, een vivisectie of een lijkschouwing. Je krijgt een inkijkje in het lichaam zelf te zien, dat telkens weer met simpele middelen in beeld wordt gebracht. Zo wordt de structuur van de ruggenwervels aangeduid met stukjes hout. Torso’s worden doorsneden door platen van transparant perspex. De holtes van het lichaam worden letterlijk opengebroken, alsof er een chirurg aan het werk is geweest.

De beelden van Gerrit Offringa staan vaak op zichzelf, alleen op de wereld, als een solitair mens die staat voor alle mensen waarmee hij solidair is. In die zin heeft zijn werk iets allegorisch. Het is het verhaal van Elkerlyc, van iedereen, van u en mij en tegelijk ook van niemand. Het lijken eenzame beelden in een denkbeeldig museum. Het alleenzijn valt hen zwaar in het naakte bestaan van dit tranendal, zonder beschermende armen als verlichting; niet bij leven en niet in de dood. Hier is het ultieme alleenzijn van het weten te moeten sterven, onvoorbereid en op een al of niet ontluisterende manier, op een voor ieder mens geheel eigen wijze. Telkens opnieuw wordt er een universeel verhaal verteld. Over de mens die zichzelf een last is en voor zijn medemens niet zelden een wolf. Soms lijkt het een berustende mens te zijn, een mens als Job, zittend op de mestvaalt, twijfelend aan een God die het kwaad op zijn beloop laat. De mens die naakt geboren wordt en naakt de kist in gaat, half een engel en half een dier, gekweld door een hybride zelfbeeld, die altijd weer heen en weer pendelt tussen een organisme dat met eeuwigheid is bezield en een stoffelijke constructie die tot de aarde zal wederkeren. Soms is de verbeelde mens slechts een staketsel van draden en botten, kwetsbaar als het denkend riet van Pascal. Dan weer is het lichaam de klankkast van een viola da gamba, volmaakt in harmonie met de muziek van de eeuwige schoonheid. Geen materiaal is deze beeldhouwer te min en niets wordt zomaar weggegooid.

Gerrit Offringa snijdt pijlen uit al het hout, zoals ook alle mensen uit hetzelfde hout gesneden zijn. Maar telkens weer lijkt de mens ook een eenzame koorddanser, angstvallig balancerend tussen hemel en hel. Homo solus aut deus aut daemon – een alleen levend mens is óf god óf duivel. Tussen die uitersten schiet het mensbeeld van Offringa heen en weer. Tussen zwart en wit, de nacht en de dag, liefde en dood, Eros en Thanatos, materie en anti-materie, paradiso en inferno, alsof er geen purgatorio of verlossing bestaat, maar alleen een tweedeling op het scherp van de snede. De solitaire gestalte van het beeld lijkt soms een gevoel van heimwee op te roepen. Zo is er een voorkeur voor de foetale houding, het ineenkrimpen van het embryo, dezelfde houding die vaak ook terugkeert op het moment van het sterven. Het zijn beelden in een tussenruimte, ogenschijnlijk buiten de tijd die toch ook hier genadeloos wegglijdt als een schaduw op een zonnewijzer.

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa