Carla Beus, de
Het drijven uit plaatmateriaal is een oeroude techniek die weer aanzien kreeg bij de start van het 'modernisme'. Daar groeide het besef dat beelden, naast gegoten of gehakt, ook samengesteld of geconstrueerd konden worden uit o.a. plaatmateriaal. Dit onder invloed van andere opvattingen over ruimte en de ontwikkeling in de las- en soldeertechniek. Picasso's vriend en landgenoot Gonzales, die uit een familie van edelsmeden voortkwam, is daar een voorbeeld van. Hij stelde zijn beelden samen uit stafijzer en gehamerd ijzerplaat en liet zijn beeldend idioom deels vanuit die techniek ontstaan. Hierdoor wist het drijven zich enigszins te onttrekken aan de sfeer van kunstnijverheid en l'artisan-schap en ontstonden autonome beelden van bijv. Chillida, Lalanne tot Philip King.
De wijze waarop Carla de Beus het menselijk lichaam verbeeldt is onder andere verrassend vanwege de gebruikte materialen. Het metaal en kunststof maakt de uitgebeelde lichaamsdelen bewegingsloos en brengt ze tot rust. Doordat telkens slechts delen van het lichaam worden uitgebeeld, ontstaat er echter ook een afstand die onmogelijk is tot het eigen lichaam. Vertrouwde lichaamsdelen worden vreemde objecten. Iedere toeschouwer krijgt bij het zien van deze objecten de behoefte het vreemde aan te raken om zo het vertrouwen te herstellen.
Vanaf het moment dat de mensheid er in slaagt metaal te verwerken wordt dat ook gebruikt om het menselijk lichaam uit te beelden. De Beus staat met haar objecten dus in een traditie van duizenden jaren. De fragmentarische vormen waarin zij lichamen weergeeft doen denken aan de wijze waarop wij dergelijke objecten terugvinden: in stukken, vaak gebroken en vaak moeilijk herkenbaar.
