NL EN
DE FR

De Osagedoorn (Maclura pomifera)

In Arboretum De Dreijen staan twee Osagedoorns (Maclura pomifera). De Osagedoorn is een lid van de moerbeifamilie (Moraceae). Er zijn ongeveer 13 soorten Maclura’s die eigenlijk alleen in tropische gebieden voorkomen. De Maclura pomifera is een bladverliezende boom, relatief klein en met meestal een vertakte kroon en met een donkerbruine gebarsten schors. Het is de enige soort die in Noord-Amerika en Europa voorkomt en ook geschikt is als tuinboom. De Osagedoorn is afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten. Het verspreidingsgebied ligt rondom de Red River. Aan de twijgen zitten okselstandig venijnig scherpe doorns. De fraaie lancetvormige bladeren, met een lengte van ongeveer vier tot tien centimeter, zijn donkergroen, aan de onderzijde wat lichter van kleur en licht behaard en bevatten melksap. De bladeren lijken wel een beetje op die van de Ficus benjamina.

 

De bloemen van de Osagedoorn zijn niet erg bijzonder of opvallend. Ze zijn tweehuizig en groen. Van de bloemen staan de mannelijke in korte aren of trossen, de vrouwelijke in dichte, vrij ronde hoofdjes. De vrouwelijke bloemen hebben lange, draadvormige stijlen.

De vruchten, eigenlijk schijnvruchten, van de Osagedoorn zijn wel heel bijzonder en spectaculair. Ze zitten in een 5-10 cm grote, sinaasappelachtige, maar niet eetbare, rimpelige, lichtgroene verzamelvrucht. Bij deze schijnvruchten zijn verscheidene vruchten en bloemdelen samengevoegd. De vruchten zijn voor ons mensen, maar ook voor de meeste dieren niet eetbaar. Vroeger is dat waarschijnlijk anders geweest. Verhalen gaan dat de mammoets ze misschien wel een lekkernij vonden. Ook zouden paarden in vroeger tijden de vruchten gegeten hebben en zodoende de zaden in een betrekkelijk klein gebied verspreid hebben. Over de Osagedoorn en de Maclura pomifera zijn nog wel wat bijzonderheden te vertellen. Zo werd het hout van deze boom door de Amerikaanse Osage-Indianen gebruikt om bogen voor hun wapens (pijlen) te maken. Het hout is hard, taai en buigzaam. Omdat de boom in een betrekkelijk klein gebied voorkwam hadden deze indianen heel lang een monopolie op de handel van het hout van de Maclura pomifera. De variëteit die als haag groeit werd in de prairies van de Verenigde Staten op grote schaal aangeplant om als afscheiding te dienen voor de verschillende kuddes runderen. Met de scherpe doornen en stekels was de Osagedoorn de voorloper van het prikkeldraad dat in 1873 werd uitgevonden. Ook werd het hout van deze boom vroeger gebruikt om er een gele verf en kleurstof van te maken.

Wanneer u in Arboretum De Dreijen wandelt zal één van onze tuinmedewerkers u graag de plek wijzen waar deze bijzondere boom groeit.

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa