NL EN
DE FR

De doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioica)

De Gymnocladus dioica komt oorspronkelijk uit het middenwesten van de Verenigde Staten van Amerika; de Engelse naam is Kentucky Coffee Tree. De boom wordt daar wel 20 meter hoog en zal in dat geval zo’n 13-14 meter in diameter zijn. De boom groeit niet heel snel, maar kan met gemak 100 tot 150 jaar oud worden. In Nederland wordt hij rond de 10 meter hoog.

De kroon is vrij open, vergelijkbaar met Gleditsia (Valse Christusdoorn), maar de takken zijn veel dikker en grover omdat er geen dunnere zijtakken gevormd worden. De diepe overlangse groeven op de roodbruine, donkergrijze afschilferende bast geven de plant een heel fraai aanzien in de lange periode dat de boom zonder blad vertoeft. Vanwege hun bijzondere uiterlijk en hun enorme ziekteresistentie worden ze geregeld in parken en langs lanen geplant.

Het dubbelgeveerde lange en brede heldergroene blad (30-90 cm lang, 30-40 cm breed) komt laat aan de plant, maar valt op door de diverse kleurschakeringen: van knalroze bij het jonge blad tot groen en brons bij het ouder wordende blad. Het blad valt vrij vroeg weer af, nadat het tot spectaculair oranje en geel is verkleurd. Waar andere loofbomen knoppen aan de fijnere zijtakken dragen die de belofte van de komende lente in zich verborgen houden, hebben deze bomen een paar piepkleine in donzige holtes verborgen knoppen in elke oude bladoksel. Door die afwezigheid van zijtakken en knoppen wordt de boom in het Frans chicot genoemd, wat zoveel betekent als stomp, dode boom. Wanneer het blad in het vroege najaar is gevallen blijven de lange bladstelen, met hun knekelvormige verdikking aan het begin van de bladsteel, nog lange tijd aan de boom. Daardoor wordt de boom in het Nederlands Doodsbeenderenboom genoemd. Uiteraard heeft die naam ook te maken met de grove forse takken die in de winter een soort doodse grijzigheid hebben. Door zijn bijzondere structuur geeft de boom in de zomer door zijn grote bladeren prachtige schaduw en op de winterdag juist prettig veel licht door de afwezigheid van zijtakken.

Gymnocladus wordt een evolutionair anachronisme genoemd omdat het onduidelijk is hoe de zaden ooit verspreid konden worden. Dieren zien geen kans de zaden te verspreiden aangezien de peulen giftig zijn en te leerachtig om ze goed te kunnen vermalen. Het idee is nu dat zeer lang geleden, in de tijd van de mammoeten, de bomen een betere kans moeten hebben gehad op verspreiding omdat mammoeten mogelijk wel in staat zijn geweest tot het vermalen van de peulen. Dat we ze in de huidige tijd in de natuur alleen in een paar héél natte gebieden vinden in de VS wil men verklaren door te stellen dat in die natte gebieden de peulen zouden kunnen wegrotten, waarna de zaden vrijkomen om te kunnen ontkiemen. Het blijft wetenschappers bezighouden.

Voor ons is de boom in de winter prachtig vanwege zijn bijzondere silhouet en in de zomer vanwege zijn fraaie open kroon. In Arboretum De Dreijen is in 2014 een nieuw exemplaar van de Gymnocladus geplant.

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa