NL EN
DE FR

Goudsbloem of Calendula officinalis

Bij de tentoonstelling Vruchtbaarheid een plant zoeken die te maken heeft met dit thema is eenvoudig en ook weer niet. In wezen zijn alle zaadplanten vruchtbaar: ze planten zich voort door het verspreiden van hun vruchten waarin zich de zaden bevinden. De ene plantensoort maakt per vrucht haast overdadig veel zaden, zoals de goudsbloem, klaproos of springbalsemien, de andere doet het per vrucht met één zaad – denk aan de amandel of de avocado.

 

Bij de keus voor de goudsbloem gaat het om de overlevingskracht van de goudsbloem door zich zo vruchtbaar op te stellen. Elk jaar maakt de plant op elk bloemhoofdje een vracht zaden aan. Die zaden vallen gedurende het groeiseizoen op de grond, waar ze vaak hetzelfde jaar nog weer ontkiemen en weer aanleiding geven tot nieuwe bloemen en dus nieuwe zaden. Maar de zaden kunnen ook gemakkelijk overleven en pas een jaar of een paar jaar later ontkiemen. Goudsbloemen zaaien op een zonnige plek geeft dus langjarig plezier van die simpele activiteit.
Goudsbloemen zijn eenjarige behaarde planten uit de groep die we ‘samengesteldbloemigen’ noemen. Wat wij de bloemen noemen zijn in termen van de wetenschap bloemhoofdjes: een verzameling bloemen die samengesteld is uit buisbloemen (in het hart) en lintbloemen (er omheen). De lintbloemen, met hun drie tanden aan de platte punt van het lint, geven de bloemen de oranje (soms gele) kleur.


De soort goudsbloem, Calendula officinalis, is niet door Carolus Linnaeus beschreven, omdat de soort in de natuur destijds nog niet bestond. Linnaeus heeft wel de Calendula arvensis (Akkergoudsbloem) beschreven, die komt in het zuiden van Europa nog verwilderd voor. Vanuit deze soort heeft Calendula officinalis zich in de loop van de eeuwen ontwikkeld tot een aparte soort.


Aan de naamgeving is te zien dat de plant al vroeg bij apothekers in gebruik is geweest als medicinale plant. Elke plant met als tweede deel van de botanische naam ‘officinalis’ is in gebruik geweest bij de eerste apothekers, die werkten in wat ‘officina’ werden genoemd, de werkplaats van de apotheker. Nog altijd worden producten gemaakt met goudsbloemen. De meest bekende is de wond helende en ontstekingsremmende werking die wordt toegepast in zalf waarmee ontstekingen van de huid kunnen worden tegengegaan.


Ook zijn er rond de plant veel mythen en sagen uit de Griekse en Romeinse oudheid. De Romeinse dichter Ovidius verhaalt over de liefdesgeschiedenis tussen de zeenimf Clytia en Apollo. Toen Apollo wat later verliefd werd op Leucothoe, ging de jaloerse Clytia naar de vader van de nieuwe geliefde en verklapte haar liefdesverhaal. De vader werd razend en liet zijn dochter levend begraven. Apollo was dodelijk bedroefd en vervloekte Clytia, die stierf van verlangen en veranderde in een bloem die de zon op zijn pad volgde: de goudsbloem.
Zo zou de goudsbloem in verband gebracht kunnen worden met jaloezie. Toch is er ook een heel andere betekenis aan de goudsbloem te geven. Koning Jan de eerste van Aragon droeg een amulet met goudsbloemen om in vrede met zijn onderdanen te kunnen leven. In het christendom is de goudsbloem gewijd aan Maria – in Engeland is de naam van de goudsbloem ‘Marigold’.

 

En aan de goudsbloem werden veel bovennatuurlijke krachten toegekend. Zo werden er in Frankrijk kransen van goudsbloemen boven de deuren gehangen om kwade geesten te weren. Het meest wonderlijke verhaal over de goudsbloem is wel dat een meisje dat op blote voeten op goudsbloemen danst, de macht krijgt om met vogels te praten. Misschien de moeite waard om eens te proberen?

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa