NL EN
DE FR

Kardinaalsmuts (Euonymus velutinus)

Het geslacht Euonymus is uitermate divers. Allereerst zijn er bladhoudende soorten en bladver­liezende. Daarnaast zijn er soorten die tot kleine bomen uitgroeien, soorten die niet verder komen dan het stadium van een halfhoge, maar brede struik, en soorten die bodembedekkend zijn. Die bodembedekkende soorten kunnen overigens ook zelf hechtend klimmen. Ze hebben gemeen dat ze prachtige vruchten vormen, die op kardinaalsmutsen lijken: vandaar de Nederlandse naam. 

 

In De Dreijen zijn diverse soorten aanwezig. Onder andere staan er vlakbij de hoofdingang bij Het Depot twee exemplaren van de soort Euonymus velutinus. Die zijn sinds hun aanplant in 1981 uitgegroeid tot kleine bomen. De vrij onaanzienlijke bloemen aan het einde van de zomer geven aanleiding tot het afrijpen van de prachtig gevormde roze/rode vruchten, die lang aan de boom blijven. De vruchten geven de bomen in herfst en winter een fantastische aanblik met hun bijna overdadige aanwezigheid. Overigens zijn alle delen van de plant giftig voor de mens. Zo niet voor een aantal rupsen.

 

De verwante Wilde kardinaalsmuts, Euonymus europaeus, komt veel voor in duinstruweel tussen andere bomen en struiken met een voorkeur voor kalkhoudende bodem. Deze wilde soort bevat dulcitol, een chemische verbinding die een grote aantrekkingskracht heeft op een aantal rupsensoorten, waaronder Ligdia adustata (aangebrande spanner), Yponomeuta cagnagella (kardinaalsmuts-stippelmot), Yponomeuta irrorella (waasjes-stippelmot) en Yponomeuta plumbellus (groot­-vleks-stippelmot). De rupsen zijn voor hun dieet volledig afhankelijk van de bladeren van de wilde kardinaalsmuts. De rupsen kunnen een struik in korte tijd volledig kaalvreten. De overlevingskracht van de planten is echter dermate groot, dat in korte tijd vanuit de grond weer nieuwe scheuten komen. De verspreiding van de soort geschiedt door vogels als spreeuw, lijster en roodborstje. Daardoor komt de soort dus overal voor. In vroeger tijden werd het harde hout gebruikt voor het maken van breinaalden, spoelen voor weefgetouwen, etc.

 

Euonymus fortunei soorten zijn wintergroene, vaak bodembedekkende heesters. Doordat hun twijgen de neiging hebben te wortelen kunnen ze breed uitgroeien in de tuin. Van deze soort is een groot aantal verschillende (ook bonte) variëteiten ontwikkeld. Euonymus japonicus wordt eveneens niet zo hoog, maar heeft niet de capaciteit van de Euonymus fortunei om via twijgworteling te ‘wandelen’ door de tuin. Euonymus alatus valt binnen de Euonymus soorten op door de grijze kurklijsten op de groene takken en de fraaie verkleuring van het blad in de herfst. De kurklijsten groeien op den duur tegen elkaar aan waardoor de gehele tak grijs wordt van kleur.

 

Stichting Utopa actualiseert en stimuleert creatieve talenten van mensen
Lees verder Stichting Utopa