Lopende tentoonstelling
Solotentoonstelling
Lia van Vugt (1945) volgde na het gymnasium in Roosendaal de opleiding Monumentale Vormeving aan de academie Artibus in Utrecht. De lessen in het atelier van Jan van Luyn zijn in deze jaren belangrijk voor haar geweest. Van 1976 tot 1978 volgde ze de beeldhouwopleiding aan de Jan van Eyck-academie in Maastricht, destijds het enige postacademiale instituut in Nederland. In 1977 ontving Van Vugt een stipendium van het Italiaans Cultureel Instituut voor een vervolgstudie aan de Brera Academie in Milaan.
De beelden van Van Vugt ontstaan niet aan de hand van natuurwetten, integendeel: het zijn zelfstandige objecten die hun eigen regels volgen. De belangrijkste regel is dat het beeld van alle kanten bekeken kan worden: van onderen, van boven, van opzij. Het gaat om het effect dat het beeld heeft op de ruimte eromheen.
Als gevolg van haar streven om een autonoom beeld te creëren, ontstaat er een zekere abstractie die ze toejuicht. Ze werkt toe naar een beeld dat onafhankelijk is van een voorgeschreven context en dat enkel zichzelf als referentie heeft. Dit kost tijd: een goed beeld ontstaat langzaam. Hier iets wegnemen, daar iets toevoegen: er is monomane aandacht nodig in een kwestie van millimeters. Het handmatig proces is voor haar een vorm van meditatie. Een manier om met jezelf te praten zonder exact te weten wat je aan het zeggen bent. Volgens Van Vugt is het beeld goed wanneer de ogen er overheen kunnen dwalen en steeds nieuwe dingen ontdekken.
Solotentoonstelling
2001, brons gepolijst, 50 cm
2001, hout, 45 cm
2006, glas met zilver, 72 cm
2001, glas, 50 cm
1999, marmer, 85 cm
2002, brons, 150 cm
2003, brons, 55 cm
2003, marmer, 156 cm
2003, brons, 60 cm
2005, kunststof, 150 cm
2004, aluminium, 100 cm
2005, brons, 100 cm
2012, brons, 42 cm
2007, glas, 80 cm
2002, brons, 30 cm
2001, gips, 30 cm
Opleiding
Exposities
Opdrachten en aankopen (selectie)